Spring naar inhoud

Valt liberalisme politiek te verzilveren?

juni 13, 2020

Zelfs in liberale kringen wordt dikwijls gesteld dat het kiespotentieel voor een liberale partij in Vlaanderen zich tussen 20% en 25% bevindt. Is dit niet vreemd daar we tegelijkertijd het liberale ideeëngoed als universeel beschouwen? Mij lijkt dit een duidelijk voorbeeld van het spanningsveld tussen liberalisme als levensbeschouwing en partijpolitiek. Hoe valt dit spanningsveld te overbruggen? Valt liberalisme politiek te verzilveren?

Overtuigde liberalen zijn trots op hun ideologische basis, maar ook uiterst kritisch voor de partijpolitieke vertaling. De liberale beweging is breder dan de partijpolitieke steun. Logisch want het liberale ideeëngoed met haar waarden en principes vertegenwoordigt een ideaal dat net als andere idealen in botsing komt met de realiteit. De partijpolitieke vertaling moet noodgedwongen offers brengen ten koste van haar ideologische basis.

Aangezien liberalisme haar focus legt op vrijheid en het individu heeft het iets anarchistisch in zich. Liberalen kunnen een boom opzetten over de wenselijkheid van een overheid, over de grootte ervan en wat dan wel de kerntaken van een overheid zouden moeten zijn. Iedere individuele liberaal heeft hier wel zijn of haar eigen interpretatie over. En daar we het ook nog eens moeilijk blijken te hebben met autoriteit (die liberalen al snel als betuttelend, paternalistisch, vrijheid berovend beschouwen) is dit niet echt bevorderlijk voor de onderlinge cohesie. Maar in eigen rangen hebben ook liberalen nood aan autoriteit en loyaliteit, aan charismatisch leiderschap (met coaching skills) dat weet te verbinden.

De menselijke drang van mensen naar sterk leiderschap is immers niet weg, en deze wordt in uitdagende tijden nog aangewakkerd. Mensen blijven uiteraard ook aangestuurd worden door intuïties en emoties zoals de spontane afkeer van wat onrein wordt beschouwd. Die afkeer van onreinheid wordt door sommige niet-liberale politici aangewakkerd door een taalgebruik te hanteren dat anderen catalogeert als onrein, ziek, minderwaardig, enzovoort. De geschiedenis, ook de hedendaagse, leert ons dat dit taalgebruik heel effectief is om een geviseerde groep mensen hun menselijkheid te ontnemen, te verdelen, en samenlevingen te verdelen. Het is aan liberale politici om blijvend duidelijk te maken dat dit niet de weg is die we mogen inslaan.

Liberalisme is een levensbeschouwing die universaliteit claimt (alle mensen zijn gelijkwaardig, de liberale principes en waarden gelden globaal,…), maar met die boodschap kan je als politieke partij maar weinig kiezers aanspreken. In een relatief kleine kieskring zoals in Vlaanderen of Nederland zal je toch met aardig wat minder globale thema’s voor de dag moeten komen om kiezers te overtuigen, zelfs ook voor diegene die wil dat we er globaal met iedereen op vooruit gaan.

Als je kiezers wil winnen dan moeten mensen wel kunnen uitmaken of je (ook) hun (kleine) belangen zal verdedigen. De politieke realiteit wordt tegenwoordig misschien grootschalig gevoerd maar nog altijd kleinschalig – in de straat – aangevoeld. Daarom is het ook voor een liberale partij noodzakelijk dicht bij de mensen te staan, hen in klare taal aan te spreken, zo consequent mogelijk het liberalisme in de praktijk te brengen. Daarbij denk ik dat liberalen moeten beseffen dat hun overkoepelend ideeëngoed een ideaal is en de realisatie ervan een continu werk van lange adem en met kleine stapjes.

Liberalisme heeft, wars van haar ideologische kern, nood aan charismatische leiders die het broos evenwicht kunnen vinden dat de levensbeschouwelijke wensen kan koppelen aan politieke realisaties. Maar trouw aan haar ideologische kern moet het partijpolitieke van onderuit vorm worden gegeven en ondersteund worden. Alleen zo lijkt me het spanningsveld tussen liberalisme als levensbeschouwing en partijpolitiek te overbruggen en valt liberalisme politiek te verzilveren. Een uitdaging en plicht voor ieder individu die zich lid van de liberale beweging voelt.

Kunnen liberalen verbinden?

juni 6, 2020

Dat er verschillende moralen bestaan op basis van intuïties en emoties betekent een uitdaging voor liberalen. Deze moralen zijn immers veel krachtiger, ze verbinden mensen sneller en beter dan een (liberale) rationele moraal. Liberalen spelen over het algemeen liever soloslim dan in een team, kiezen liever een eigen strategie dan blind een leider te volgen, kortom het zijn individualisten. De liberale moraal die uiteraard ook deels een basis heeft in emoties maar zich daarnaast stevig op het rationele beroept moet dan ook extra hordes nemen om mensen te verbinden. Zoals uit de bevindingen van de Amerikaanse sociaal psycholoog Haidt blijkt, laten liberalen zich minder leiden door loyaliteit, autoriteit en reinheid, maar dit betekent niet dat ze er helemaal niet aan onderhevig zijn.

Een voorganger in de studies waarop Haidt zich baseert is (de zowat eerste) sociaal psycholoog Milton Rokeach (1918-1988). Hij beschouwde de neiging van de mens om zich vooral door mensen te laten omringen waarmee hij of zij een grote gelijkenis vertoont als een van de voornaamste organisatieprincipes. Zo ontstaan vrij spontaan homogene samenwerkingsverbanden waar intuïties en emoties als loyaliteit, autoriteit en reinheid hun rol spelen. Dit verklaart deels waarom we in verenigen, raden, e.d., maar weinig diversiteit zien, ook in liberale kringen. Diversiteit ontstaat niet spontaan, niet van nature. Als je diversiteit wil moet je er werk van maken.

Voor liberalen betekent dit evenwel niet dat je mensen op posities moet brengen omwille van hun specifieke uiterlijke kenmerken of achtergrond. Mensen moeten gekozen worden omwille van hun verdienste. Liberalen koesteren daarom ook de plicht tot zelfontwikkeling. Opvoeding en onderwijs, de zoektocht en het opnemen van de beste kennis (wetenschap), dit zijn de beste wegen om je als individu te ontwikkelen en tot een vorm van zelfdeterminatie te komen (een invulling van het vrijheidsbegrip), het beste te maken van je leven.

De verklaring waarom moralen op basis van intuïties en emoties krachtig verbinden kan evolutionair verklaard worden. Gemeenschappen die zich lieten leiden door loyaliteit, autoriteit en reinheid hadden immers een groot evolutionair voordeel. In tijden waarin leven en overleven grotere uitdagingen stelde dan vandaag was een sterke cohesie door loyaliteit cruciaal. De orde op basis van de niet contesteerbare autoriteit van de leider, het weten dat je medestander voor jou door het vuur wil gaan, en gedragsregels die alles wat vreemd is vermijden of uitschakelen, koppel dat alles aan mekaar en je had een sterk geheel dat haar man kon staan in de strijd met tegenspoed van allerlei slag.

Is dit verleden tijd? In ieder geval is de feitelijke diversiteit enkel maar toegenomen, een tendens die naar alle waarschijnlijkheid verder zal gaan. Maar diversiteit hakt in op het ingroup gevoel. Sommige mensen voelen zich niet langer thuis in een diverse samenleving. Daartegenover staat het wetenschappelijk inzicht dat we los van uiterlijke verschillen in wezen allemaal gelijken zijn. Dit rationeel inzicht ligt ten grondslag ligt aan de liberale moraal. Een meer rationele liberale moraal, die groot belang hecht aan rechtvaardigheid en zorg, niet exclusief maar inclusief van karakter, lijkt dan ook de beste ‘strategie’ voor de toekomst.

Maar gevoel en ratio liggen hier ver uit elkaar. Het enige dat dit kan samenbrengen is een grotere interactie en de bereidheid van alle partijen om buiten de eigen groep te kijken en handelen. Als de liberale claim op universaliteit van haar ideeëngoed klopt dan zijn er in iedere bevolkingsgroep ‘liberalen’, aan de liberale beweging om hen te vinden en met hen te verbinden.

Liberale moraal

mei 31, 2020

Huidig Liberales voorzitter David Van Turnhout vroeg me onlangs om in een filmpje van dertig seconden te vertellen waarom ik Liberales belangrijk vind. In die beperkte tijd kwam ik niet verder dan te stellen dat Liberalisme focust op het individu en op vrijheid. Maar ook dat dit niet betekent dat liberalisme een vrijblijvend ideeëngoed is. De vrijheid komt met plichten en het liberalisme roept ons als individu op om samen te werken aan een meer liberale wereld. Maar dertig seconden is echt wel heel weinig, daarom hier nog een kleine uitbreiding.

Liberalisme heeft historische roots, het ontwikkelde zich over eeuwen, nauw verbonden met de beste beschikbare kennis. Het is een complex geheel, en hoewel het voor iedereen duidelijk is dat de focus van het liberalisme ligt op het individu en op vrijheid, zijn er verschillende accenten mogelijk (bijvoorbeeld afhankelijk van hoe je het begrip ‘vrijheid’ invult).

Om daarop verder te gaan, ik zie liberalisme als een levensbeschouwing, een filosofie of een ideaal over hoe we het best zouden kunnen samenleven. Er bestaat naar mijn idee dan ook een liberale moraal. Nu is een moraal een leidraad over wat goed en slecht is en hoe daarmee om te gaan. Men kan verschillende moralen onderscheiden, opgebouwd op verschillende fundamenten. Zo onderscheidt moraalfilosoof Jan Verplaetse (Ugent) vijf verschillende moralen op basis van hechting, geweld, reiniging, samenwerking (intuïties/emoties) en op basis van beginselen, dit naar analogie met de Amerikaanse sociaal filosoof Jonathan Haidt (NYU). De Amerikaan Haidt catalogeert moralen op basis van vijf grondslagen: care, fairness, loyalty (ingroup), authority en purity.

Uit het onderzoek van Haidt en anderen blijkt dat ‘liberals’ veel meer belang hechten aan care en fairness dan aan loyalty (ingroup), authority of purity. ‘Conservatives’ leggen hun focus net andersom.  Als wij de wereld beter willen maken dan heeft het volgens Haidt geen zin om te zeggen dat wij juist zijn en anderen fout. De vijf basissen zijn immers in alle samenlevingen aanwezig en ze spelen elk een rol van betekenis. Om samen te werken helpt het dan ook niet als iedereen op zijn vierkante meter zekerheid blijft. Dan blijft dit wiggen drijven tussen mensen en boeken we geen vooruitgang. We kunnen beter doen als we begrijpen hoe we als mensen in elkaar steken en als we morele nederigheid aan de dag leggen om de anderen te begrijpen. De basishouding met kans op succes is een gedeelde en gepassioneerde toewijding aan de beste kennis (cfr, de liberale plicht tot zelfontwikkeling) en de wil om samen te werken over verschillen heen.

Liberalisme als levensbeschouwing en partijpolitiek zullen altijd wat op gespannen voet met elkaar bevinden. Orde scheppen en regeren altijd wat in conflict met vrijheid en individualisme. Liberalisme is dan ook geen politieke theorie over hoe aan de macht te komen en hoe die macht te behouden. Het heeft ook geen territoriale verzuchtingen, en het wil ook aan niemand precies voorschrijven hoe ze hun leven moet leiden. Liberalisme laat die vrijheid om het eigen leven in te vullen aan het individu. Liberalisme heeft ook niet als doel de belangen te verdedigen van wie machtig of gefortuneerd is. Wie liberalisme énkel inroept om individuele belangen te vrijwaren maakt er een karikatuur van en gebruikt het louter als excuus.

Wij vinden het liberaal ideeëngoed belangrijk en waard om politiek voor te strijden. Het doet dan ook goed te lezen en te horen dat de nieuw verkozen Open Vld voorzitter Egbert Lachaert in de besprekingen voor regeringsvorming geen exclusieven maakt en voorstellen wil beoordelen op hun (liberale) inhoud. Ook dat hij aanstuurt op meer diversiteit in het bestuur stemt me positief. En als hij dan ook nog in de periode van zijn overwinningsroes laat noteren dat hij al op zijn hoede is voor de gewenning aan de macht dan stijgt mijn optimisme voor de toekomst. Van een gewezen Liberales voorzitter had ik ook niet anders verwacht 😉

Over vakmanschap, Kwaliteit & Elegantie Erfgoed & toekomst

mei 15, 2020

info: Normaal zouden een aantal gepassioneerde mensen op 14 mei 2020 een symposium met publiek hebben gehouden in het kerkje van Bachte met als thema ‘Vakmanschap, kwaliteit en elegantie. Erfgoed & Toekomst.’ Covid-19 strooide echter roet in onze plannen. Maar uitstel is geen afstel, van zodra we mogelijkheid zien zullen we getuigen over onze passie, ieder met zijn eigen inbreng en benadering. Onderstaande tekst die ik had voorbereid zou zorgen voor een rode draad, maar de tekst brengt ook heel duidelijk mijn eigen visie die niet noodzakelijk integraal door ieder gedeeld wordt. De tekst vertolkt dus mijn stem en niet noodzakelijk die van de andere deelnemers aan het geplande symposium.

Dames en heren

Welkom op dit symposium over ‘Vakmanschap, Kwaliteit & Elegantie. Erfgoed & Toekomst’.

Mijn naam is Claude Nijs, en samen met mijn broer Xavier Nijs sta ik aan het hoofd van P.Nijs, de bouwonderneming die hier momenteel een restauratieopdracht uitvoert. Onze excuses aan wie er hinder door ondervindt, voor het aflasten van een paar gemeenschapsactiviteiten, e.d. Een mogelijke pleister op de wonde: deze kerk had echt wel eens een grondige opknapbeurt nodig. Haar toestand was helaas slechter dan voorzien, en wij beloven jullie dat we hier zo snel mogelijk zullen verdwijnen zodat de kerk opnieuw toekomt en beschikbaar is voor de plaatselijke gemeenschap.

Mijn broer en ik vonden dat wij deze gelegenheid, een grote werf op een bijzondere plek aan onze achterdeur, niet zomaar mochten laten voorbijgaan. Met een aantal even gepassioneerde mensen die oog hebben voor kwaliteit en elegantie, en die begaan zijn met de toekomst van erfgoed en vakmanschap, hebben wij het plan opgevat om hier vanavond een bijeenkomst te houden, een symposium.

Vanavond presenteren wij onszelf, u krijgt een blik in de ziel van deze gepassioneerden die begaan zijn met elegantie en erfgoed, met de toekomst van religieuze plekken, met de toekomst van vakmanschap. Dit is geen verkoopavond, maar wel een avond bedoeld als een info- en netwerkmoment. Wij willen u vanavond laten zien dat er alternatieven zijn voor gemeenschapsvorming en -beleving, alternatieve wijzen van consumeren, alternatieve wijzen van vervaardigen, van leven en beleven. Straks treed ik op als moderator bij onze sprekers, maar in deze bijdrage geef ik u het overkoepelend beeld voor deze avond, een rode draad verrijkt met persoonllijke accenten.

Dames en heren, onze herinneringen bepalen voor een groot deel wie we zijn. En het zal bij u niet anders zijn…, onze jeugdjaren nemen daarbij een bijzondere plaats in. Persoonlijk koester ik een paar bijzondere herinneringen die ik als kleine jongen heb beleefd. Eén ervan was hier iets verderop richting Deinze op de Karel Picquélaan in een kledingwinkel, het huis Ferola. Daar werden stoffen gekozen en de maten genomen van de kleine Claude. Een tijdje later mocht ik daar nog eens terug voor een pasbeurt, en daarna was het pakje, waarschijnlijk ter gelegenheid van mijn of mijn broer zijn communie, klaar. Klaar om met fierheid gedragen te worden. Dit proces maakte bij mij een onuitwisbare indruk.

Een andere indruk was het moment – het moet eind jaren ’70 geweest zijn – waarop mijn grootvader Paul Nijs, zijn Omega Seamaster toonde. “Kijk eens, een horloge dat je niet moet opwinden en dat blijft werken, … zonder pielleke!”. Mijn verbazing, of eerder ongeloof, was groot. In mijn jeugd hadden quartzhorloges immers de mechanische horloges van de troon gestoten. Ik kon niet geloven dat een horloge zonder batterij kon blijven lopen. Mijn grootvader trachtte me wat wijs te maken dacht ik.

Deze herinneringen hebben er waarschijnlijk toe bijgedragen dat hier vanavond van de vele vaklui die ons leven vorm geven, uitgerekend een bespoke tailor en een meester klokkenmaker het woord gaan voeren.

Dames en heren, Bachte is voor mijn broer en mezelf een bijzondere plek omdat vroegere familielijnen hier woonden (de tak De Vreese van eind 19e tot midden 20eeeuw), en omdat hier in deze kerk ook recenter nog een aantal familiale plechtigheden plaatsvonden. Onze thuis is hier ook slechts een boogscheut vandaan, we hebben dus bijzondere herinneringen aan deze omgeving.

Onze bijzondere dank gaat uit naar de Kerkfabriek St. Petrus en Paulus en haar voorzitter mevr Rosita Mehuis voor hun medewerking en toelating om hier deze week twee evenementen mogelijk te maken. Het symposium van vanavond en de openwervendag van nu zondag. Ook daarop bent u uiteraard van harte welkom. U zal er iets meer te weten komen over de restauratie van het kerkje van Bachte.

Maar hier vanavond kijken we met een brede blik op vakmanschap en erfgoed. En we doen dat met acht deskundige sprekers. Eerst krijgt u een inzicht over wat Bachte tot een krachtige plek maakt. Daarna ga ik in gesprek met een aantal deskundigen over kwaliteit en elegantie, erfgoed en ambacht.

Wat typeert vakmanschap? Wat is kwaliteit? Wat maakt iets waard om beschermd te worden? Waarom moeten we vakmanschap, kwaliteit en elegantie waarderen? Is er een toekomst voor handenarbeid, voor vakmanschap, voor erfgoed?

Wij stellen ons deze vragen vanuit een bezorgdheid voor de toekomst van erfgoed en vakmanschap. Onze bezorgdheid voor de toekomst van vakmanschap, is de bezorgdheid over de toekomst van onze activiteit, onze bedrijven, de broodwinning van ons en van onze medewerkers, de toekomst van onze jeugd.

Die toekomst oogt problematisch. Immers, en nu maak ik er misschien een karikatuur van, maar terwijl we de mond vol hebben over ecologische duurzaamheid klikken we argeloos op gehypte en massaal geproduceerde goederen en consumeren we de klok rond, terwijl een groot deel van onze kleding wordt gemaakt tegen een hongerloon, in exotische plaatsen maar in erbarmelijke omstandigheden, veelal door kinderen. Daarmee schakelen we lokale middenstanders en kwaliteitsproducten uit en sturen we de pakjes van het kastje naar de muur (en terug).

We gebruiken en verbruiken zaken waarvan we niet langer weten hoe, waar, en door wie ze gemaakt zijn, en daardoor waarderen we dit ook minder. In mijn eigen sector, de bouw spreekt men soms over “handjes”. Als u niet meteen begrijpt waar dit over het gaat, hiermee bedoelt men mensen, handarbeiders. Maar het klinkt, nee het is, denigrerend. In feite zegt men hiermee dat handenarbeid kan worden uitgevoerd door hersenloze wezens. De sector doet daarmee zélf afbreuk aan haar imago, en aan de waardering voor handenarbeid. Zouden we ook niet beter die term, ‘handenarbeid’, vermijden? Verdient niet iedereen die zich inzet om zijn werk zo goed mogelijk te doen, ongeacht wat dat werk inhoudt, verdienen zij niet ons respect?

En ik weet het, ik veralgemeen, en ik viseer uiteraard niemand van jullie persoonlijk, maar welke boodschap sturen wij als consumerende maatschappij in feite uit? Het is inderdaad gemakkelijk, een bestelling te plaatsen bij een .com bedrijf. En ik beken, ik heb het ook al zelf gedaan. Maar de boodschap die we uitsturen met dit niet-lokaal produceren en consumeren, die boodschap, hoewel niet uitgesproken, blijkt onze jeugd toch te verstaan. Getuige daarvan het aantal leerlingen in het technisch onderwijs dat blijft dalen. Zo laten recente cijfers uit het Oost-Vlaams bouwonderwijs zien dat in het schooljaar 2014-15 het toen reeds over jaren ferm geslonken aantal leerlingen nog 2.253 bedroeg, maar jaar na jaar blijft dit verder dalen tot nog 1.889 in 2018-19. Dat zijn er 364 minder, of een daling met meer dan 16% over 4 jaar.

Maar dat hoeft ons dus niet te verwonderen. Over de voorbije decennia zijn we vakmanschap, en in het bijzonder het vakmanschap wat met ‘handenarbeid’ gepaard gaat gaan onderwaarderen… en zo creëerden we knelpuntberoepen. En hoewel – daar zal u straks getuige van zijn – er zeker nog gepassioneerde technische leerkrachten en directeurs zijn, droogt de stroom van nieuwe generaties vaklui steeds verder op. In deze cyclus verliezen we steeds meer kennis, beroepsfierheid, tradities en kwaliteit. Kunnen we dat tij nog keren?

Dames en heren, wij willen u vanavond laten zien dat er misschien nog alternatieven zijn. ‘Onbekend maakt onbemind’ zegt het spreekwoord. Waar je niet mee geconfronteerd wordt, zal je niet appreciëren. Dat klinkt logisch, maar laat ik het krachtiger zeggen: het is simpelweg onmogelijk om iets onbekend, iets wat je niet met een zekere grondigheid hebt bestudeerd of geoefend, om dat te appreciëren, te waarderen. Om iets te waarderen moet je er kennis over hebben, en dat vergt een inspanning, tijd. Dit heeft uiteraard ook consequenties voor de opleiding en ontwikkeling van vakmanschap.

Ondertussen gaan ook heel wat oude karakteristieke gebouwen tegen de grond of worden ze nog amper gebruikt. Maar erfgoed en krachtige plekken, religieus patrimonium, ze scheppen een band tussen mensen, ze tonen en laten zien wie we zijn, en waar we vandaan komen. Daarom, denk ik alvast, dat ze het waard zijn om er zorg voor te dragen.

Wat betekent dat eigenlijk Erfgoed? Kort gezegd, iets wordt Erfgoed als het door een gemeenschap als waardevol wordt beschouwd. Om met een zekere objectiviteit te bepalen of iets erfgoedwaarde heeft (waarmee het op de inventaris van erfgoed kan komen, en mogelijk gemeenschapsgeld krijgen) zijn er vanuit de Vlaamse overheid verschillende criteria vastgelegd.

Om een voorbeeld te geven, wie het oude stadhuis op de markt van Deinze kent: dit is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de historische, architectuur-historische, artistieke en socio-culturele waarde. In de tekst van in de erfgoedinventaris kunnen we lezen dat dit oude stadhuis dateert uit 1843, opvolger van de stadshal of Belfort die uit de 14de eeuw stammen. Het is opgebouwd in neoclassicistische stijl. De monumentale gevel wordt gevormd door een opvallende en uitzonderlijke klassieke vormgeving met bassement, vier kolossale Korinthische halfzuilen en een kroonlijst. Het is representatief als voorbeeld van een gemeentehuis met opvallende veruiterlijkte vormgeving als teken van burgerlijke macht en autonomie. De benedenverdieping deed tevens dienst als café en conciërgewoning.

Het oud stadhuis sluit ook nog enigszins aan bij het palladiaanse landhuistype. Een stijl die teruggaat naar de 16e eeuwse Venetiaanse architect Andrea Palladio. Aalter mag dan een Kremlin hebben, het zal u mogelijk verwonderen dat het oud stadhuis van Deinze qua stijl vergeleken kan worden met een ander wereldberoemd presidentiële residentie. Niet minder dan het Witte Huis in Washington is opgetrokken in palladiaanse stijl. Misschien kijkt u met deze kennis de volgende keer dat u er voorbijgaat met andere ogen naar dat oude stadhuis.

En als u eens over de Markt wandelt, bedenk dan dat centraal op de markt te Deinze ooit een Stadshal of Belfort stond, over de eeuwen een paar keer zwaar beschadigd en finaal verwoest door een brand in 1792. De funderingen werden nog blootgelegd bij de renovatie van de Markt in 2011, maar die rusten sindsdien in een anoniem graf, geflankeerd door bouwlijnen die steeds meer doen denken aan de Belgische kustlijn, maar dan zonder zeezicht, daarboven een tramhalte zonder tramlijn, en een verharde parking waarop men niet mag parkeren. Op dit anoniem graf heeft men nu, hier en daar, een boom bijgezet. Ik kan als Deinzenaar enkel maar hopen dat men met de herbestemming van de Site Molens van Deinze, véél beter doet.

Wat vreemd kan klinken is dat schoonheid, esthetiek, elegantie, niét behoort tot die criteria die erfgoedwaarde bepalen. Daarmee lijkt men het gezegde ‘des goûts et des couleurs, on ne discute pas’ te bevestigen. Volgens dit gezegde zou over schoonheid, over smaak niets objectief kunnen gezegd worden. Ik betwist dat. ‘Schoon’ of ‘elegant’ is iets buitengewoons dat ons raakt, ons tot tranen toe kan beroeren, onze haren doet rechtstaan, of ons simpelweg blij maakt. Schoonheid en elegantie zijn dan ook fundamenteel aan de menselijke ervaring. De capaciteit om schoonheid te beleven en te waarderen is een van de eigenschappen die ons mens maakt. Elegantie is niet gekunsteld, niet vergezocht, niet chaotisch, niets schokkerend, ze toont zich in eenvoud en harmonie, we ervaren ze als ideaal. Schoonheid en elegantie, hebben, hoewel geen erfgoedwaarde, toch wel waarde.

Het is ook niet eenvoudig om iets elegant te maken. Kennis en waardering liggen aan de basis van het meesterlijk vakmanschap dat kan zorgen voor de creatie van elegantie. Maar dit vergt ook vaardigheid; niet enkel kennis, ook kunde. Je moet het zoals men zegt ook ‘in de vingers hebben’.

We zijn echter ook elegantie wat minder gaan waarderen. Begin 20e eeuw brak het functionalisme en modernisme met de architecturale evolutie die voortbouwde op het klassieke. ‘Vorm volgt functie’ werd het nieuwe mantra en dit betekent dat het ontwerp van een bouwwerk of een product voortvloeit uit de beoogde functie of het uiteindelijk gebruik. En hoewel er prachtige modernistische gebouwen bestaan, leidde, en leidt dit mantra helaas ook tot op vandaag soms tot een arm soort functioneel fetisjisme, waarbij ornamentiek of elegantie  als een verwerpelijke toevoeging wordt gezien en niet als een wezenlijk onderdeel van het ontwerp.

In die idee moet of mag het dus niet niet meer iets buitengewoons zijn dat ons raakt, ons tot tranen toe kan beroeren, onze haren doet rechtstaan, of ons simpelweg blij kan maken. Nee, niets van dat alles, het moet doen waarvoor het dient, een klok moet de tijd aangeven, een kledingstuk bedekt onze naaktheid, een gebouw moet ons huisvesten. Het liefst door ons met zoveel mogelijk bijeen te pakken. Energetisch efficiënt moeten we in de stad bij elkaar gaan samenhokken. Wat dat psychologisch en emotioneel met een mens doet, daar staat men voorlopig nog niet zoveel, en in ieder geval te weinig bij stil.

Wij zijn mensen, en sommige voorkeuren zijn eigen aan ons als soort. Een klein experiment: denk aan een locatie waar u bijzondere gevoelens voor heeft, een ideale vakantieplek, een plaats waar u graag zou wonen, graag naar zou willen teruggaan. … heeft u ze in gedachten? De kans is groot dat u nu denkt aan een plaats met wijds zicht, mogelijk iets hoger gelegen zodat u naar omlaag kan kijken, een plaats waar u zicht heeft op water (een vijver, een rivier, de zee). Dit behoort nu eenmaal universeel tot de menselijke voorkeur. Voor onze verre voorouders waren dergelijke plekken van levensbelang. Ze zagen er gevaar of mogelijke prooien van ver, voelden er zich beschermd, en hadden er toegang tot water.

Dames en heren, ik weet het, de tijden veranderen en ik pleit niet voor een dromerige nostalgische vereering van het verleden. Er is duidelijk nood aan nieuwe huisvesting en dat mag voor mij ook efficient gebeuren. Maar laat ons toch ook rekening houden met de aard van de mens én voorzichtig omgaan met onze ruimtes en met het Erfgoed dat we nog bezitten. We moeten er kennis van nemen, kennis over vergaren, het zal het ons nog beter leren waarderen en we zullen er betere rentmeesters over worden.

Dames en heren, als er één woord is dat ons hier vanavond verbindt dan is het passie,

Passie, zette onze eerste spreker Frans Neirinck aan om de geschiedenis van de St-Petrus en Paulusparochie te Bachte te boek te stellen.

‘Passie’ voor krachtige plekken, zet Kristof Lataire aan het denken om deze plekken en in het bijzonder ons religieus patrimonium een blijvende duurzame toekomst te geven. Zo meteen zal hij samen met Frans Neirinck reflecteren over ‘Erfgoed & Toekomst’.

De ‘passie’ voor ambacht stroomt dan weer in het bloed van Alex Moens en Aravinda Rodenburg. Alex is een klokkenmaker uit een dynastie van klokkenmakers en Aravinda koos, eigenwijs maar met een missie, voor een roeping als bespoke tailor.

Peter De Roo en Xavier Nijs zijn aannemers met een passie voor vakmanschap en kwaliteit, en zij krijgen het gezelschap van een heel gepasioneerde directeur van een technische school, Sam Heyerick van het vti te Deinze,.

Dames en heren, ik wens u verder een boeiende avond.

Etienne Vermeersch

oktober 8, 2019

IMG_5440

Op 7 oktober presenteerden Johan Braeckman en Dirk Verhofstadt het boek ‘Nagelaten Geschriften’, een reeks van teksten die de professor een heel leven bezig hielden. Uit handen van Dirk Verhofstadt, een van de naaste vrienden van Vermeersch en mede-redacteur van het boek, kreeg ik een van de eerste exemplaren bij mijn afscheid als voorzitter van Liberales.

IMG_2940

Eén van de hoogtepunten uit mijn voorzitterschap van Liberales was het interview dat ik van Etienne mocht afnemen op 13 oktober 2016 in het Liberaal Archief te Gent.

De volledige opname van het interview kan geraadpleegd worden in Het Liberaal Archief, Kramersplein 23, 9000 Gent.

img_9673img_9672

 

 

Het eerste Nieuw Salon van de Verlichting – Liberales

oktober 7, 2019

Op zaterdag 5 oktober 2019 organiseerde Liberales het eerste ‘Nieuw Salon van de Verlichting’.

De aankondiging

Zaterdag 5 oktober, 12 u (stipt).
Auberge du Pêcheur,
Pontstraat 41, 9831 Sint-Martens-Latem

Liberales stelt haar eerste samenkomst voor in de reeks ‘Nieuwe Salons van de Verlichting’. Het eertse salon krijgt als thema onderwijs en als spreker Wouter Duyck, Professor Experimentele Psychologie aan de UGent. Het Salon van de Verlichting bestaat uit een lezing en lunch (hoofdgerecht, dessert en koffie, wijn en water bij het hoofdgerecht inbegrepen). Dit alles in een schilderachtig decor aan de oever van de Leie.

P1030463Waarom pleitten liberale denkers voor toegankelijk publiek onderwijs? Wat betekenen gelijke kansen in het onderwijs? En waarom is onderwijs cruciaal voor onze economie en welvaart? En is er reden voor optimisme in Vlaanderen, nu de leerprestaties achteruit gaan? Wouter Duyck beantwoordt deze vragen, en licht toe hoe Vlaanderen er voor staat.

De verwelkoming

Dames en heren welkom op het eerste nieuw salon van de Verlichting georganiseerd door Liberales, hartelijk dank voor jullie aanwezigheid.

P1030461Mijn naam is Claude Nijs en ik ben sinds eergisteren niet langer uw voorzitter maar sinds donderdag is dat David Van Turnhout. Maar vandaag neem ik nog de honneurs waar en graag een speciaal welkom aan de afgevaardigd bestuurder van het Gemeenschapsonderwijs, mevrouw Raymonda Verdyck.

Het ‘Eerste Nieuw Salon van de Verlichting’, Verlichting met hoofdletter uiteraard en Kant vatte de Verlichting samen met te stellen dat het gaat om het gebruik van ons verstand, de rede. De Verlichting doet een oproep om niet zomaar de dingen aan te nemen, maar zelf op zoek te gaan naar de beste kennis, de beste waarnemingen, de beste data, en daarbij gebruik te maken van de beste methode, wetenschap.

Koppel daaraan de vrijheidsgedachte. Maar dan, en ik verwijs naar Etienne Vermeersch, vrijheid is niet de dingen op u laten afkomen en meegaan met de waan van de dag. Vrijheid is – en dat is wat contraintuïtief – werken aan zelfdeterminatie, u ontwikkelen, volledig in de hiernet aangehaalde geest van de Verlichting. Het verbind naadloos met het stokpaardje van onze gastspreker Wouter Duyck die het heeft over ‘durven excelleren’. Zelfontwikkeling is de sleutel tot vrijheid.

Levensbeschouwelijk liberalisme, de beweegreden van Liberales, koppelt de Verlichting aan humanisme en aan de vrijheidsgedachte. En dat houdt o.a. principes in als emancipatie, solidariteit, maar dus zeker ook zelfontwikkeling en onderwijs, ons thema voor dit eerste salon.

En ja een salon, dat koppelt het nuttige aan het aangename. Het nuttige, geen kennis zonder kennisoverdracht en daarin speelt de ontmoeting uiteraard een cruciald rol, vandaar dat we hier ook samen zijn, om te luisteren, ideeën uit te wisselen, om ons verder te ontwikkelen. En het aangename, kijk naar binnen en nar buiten, we zitten in een prachtige setting, en straks krijgen we een maaltijd en kunnen we met elkaar converseren.

Het nuttige en het aangenamen, denk bijvoorbeeld aan de figuur van David Hume, die een paar salons heeft meegemaakt. Een hoofdfiguur van de Verlichting maar ook een man van de wereld een bon vivant. Het was misschien niet de hoofdreden maar het feit dat hij wist dat hem in Parijs, lekker eten en drinken en spitse en onderhoudende conversatie stond te wachten, zal hem er zeker mee toe hebben overhaald om de Salons van de Verlichting te frequenteren.


P1030460

Nieuwe Salons! Op een informele brainstorm bij Dirk Verhofstadt kwamen we samen met Koert Van Espen tot het idee om de Salons een nieuw leven in te roepen, en zie hier zitten we samen.

Durven excelleren, het is zoals gezegd den stokkaaprdje van onze hoofdgast. Hij is liberaal, scherp, snel, dr. Phd, en ik bespaar u een heel blik aan superlatieven, ik geef u Wouter Duyck.

P1030471

Afscheid als voorzitter van Liberales

oktober 4, 2019

Dames en heren

Welkom bij Liberales

Welkom hier in de Blauwe Zaal bij Liberas

Welkom op de 3e JS Mill-Lezing door Alicja Gescinska met inleiding door Sarah Verhofstadt

IMG_5430Na de Popper- en Rawls-lezingen houdt Liberales nu de John Stuart Mill-lezingen, en vanavond zijn we al toe aan de derde lezing. Vanavond verwelkom ik u voor de laatste maal als voorzitter van Liberales en zo meteen geef ik de fakkel en het woord door aan een nieuwe voorzitter, David Van Turnhout. Het was op een Rawls lezing in Brussel, meer bepaald de lezing door Minister van Staat Frank Vandenbroucke in 2013, dat ik het voorzitterschap van Andreas Tirez heb overgenomen. De voorbije jaren zijn best intens geweest en ik dank alle sympathisanten, alle geëngageerden en alle mensen die naar onze evenementen kwamen om jullie bijdragen en aanwezigheden.

Uiteraard waren er ook wat mindere tijden. Ik herinner mij vooral het uitvallen van onze oude website. Onze sinds 2002 opgebouwde bibliotheek aan teksten viel daarmee ook plots weg van het internet. Met de kennis en hulp van Liberales kernlid Rémy Bonnafé kregen we wat later gelukkig een nieuwe site online.

Op mijn persoonlijk lijstje van hoogtepunten van de voorbije jaren voorzitterschap staan de daguitstappen met de kernleden, het opstellen van ons Manifest van Poperinge (de Liberales versie van het Manifest van Oxford) en de vele geslaagde openbare evenementen die we hebben georganiseerd. Een persoonlijk hoogtepunt was de avond van 13 oktober 2016 toen ik Etienne Vermeersch mocht interviewen.

Zoals jullie wellicht weten is Liberales een collectief van vrijwilligers, allen onbezoldigd, een collectief dat werkt met een uiterst beperkt budget. Af en toe moest dat wat worden bijgevuld. Hartelijk dank aan allen die ons de voorbije jaren ook financieel hebben ondersteund en er daarmee voor zorgden dat Liberales verder kon.

Ik ben aan veel mensen dank verschuldigd, te veel om hier allemaal op te noemen. Maar een paar bijzondere woorden van dank dienen nog uitgesproken. Hartelijk dank aan onze structurele partner het Liberaal Archief, haar directeur Peter Laroy en alle medewerkers. Het Liberaal Archief gaat mee met zijn tijd en daar hoort ook een naamswijziging bij. Het Liberaal Archief zal in de toekomst verder gaan als Liberas. Met zo’n naamsverwantheid kan het niet anders dan dat Liberas en Liberales hun goede samenwerking zullen verderzetten.

Ook het PKI Antwerpen en haar voorzitter Koert Van Espen wil ik bedanken. En ook daarbij hoop ik dat Liberales en het PKI verder zullen samenwerken.

En als nauwste medewerker de voorbije jaren bij Liberales een bijzonder hartelijk dank aan Dirk Verhofstadt voor de samenwerking, de verstandhouding en het vertrouwen.

Dames en heren, het voorzitterschap van Liberales is een niet te onderschatten engagement. En daarom ben ik bijzonder verheugd dat het in heel geëngageerde handen overgaat. Dames en heren ik dank u en geef het woord aan de nieuwe voorzitter David Van Turnhout.

P1030447P1030450

Veranker het liberalisme in de samenleving

september 13, 2019

Na vijf jaar voorzitterschap van Liberales is het tijd om de fakkel door te geven. Samen met andere liberalen ben ik ervan overtuigd dat de liberale stemmen luider moeten klinken om zich te handhaven in deze tijden die – afgaand op sociale en andere media – niet meteen gekenmerkt worden door begrip, nuance, verdraagzaamheid en constructiviteit. De toon op die sociale media is de voorbije jaren duidelijk verschoven en is nu veeleer agressief, denigrerend, walging oproepend. Het zet mensen tegen elkaar op en zorgt voor een angstwekkend klimaat. Vaak is die toon mee beïnvloed door bepaalde politici. Men kan zich afvragen of er dan nog een plaats is voor een liberaliserende, progressieve, en emanciperende stem, of er nog een plaats is voor liberalisme, en zo ja, voor welk liberalisme? In deze laatste tekst als voorzitter geef ik mijn visie op het liberalisme van de toekomst. Het stemt me in ieder geval hoopvol, en dit kan ik u verzekeren, dat het vuur binnen Liberales blijft branden en de fakkel in sterke handen overgaat.

In onze tijd wordt het steeds duidelijker dat wat we doen en wat er gebeurt op één plaats in de wereld gevolgen kan hebben (en heeft) op een andere plaats. We leven in een steeds meer geglobaliseerde samenleving waarin grenzen vervagen. Sommige politieke stromingen proberen tegen deze vaststelling in te gaan en kiezen voor protectionisme of voor een samenlevingsmodel dat anderen tracht uit te sluiten. Niet zo het liberalisme, dat tracht tot samenwerking te komen. Liberalen trachten niet enkel het gebied waar ze politiek actief zijn welvarend te maken, ze denken globaal. Ja, liberalisme is idealistisch, maar het heeft de tools waarmee we kunnen bouwen aan een meer vredevolle en welvarende wereld. Dat neemt uiteraard niet weg dat liberale politici, willen ze in hun eigen kiesgebied sterk staan, niet de verzuchtingen van hun kiezers mogen negeren.

Hoe kan liberalisme als levensbeschouwing er in de toekomst uitzien? Het moet in ieder geval blijven nagaan hoe we vredevol en welvarend kunnen samenleven, en dit wijzigt met de tijd en de omstandigheden, maar onze principes zijn beproefd en goed bevonden. Liberalen gaan uit van het individu en streven naar vrijheid, maar ze nemen ook het schadebeginsel (van John Stuart Mill) in acht, en ze propageren deze uitgangspunten en principes als universeel, en dus inclusief. Tegelijkertijd hebben liberalen steeds iets antiautoritair en liggen ze regelmatig met elkaar in de clinch. Dit is op zich niet slecht, kritische stemmen kunnen het geheel versterken, maar laat ons toch ook niet vergeten te verbinden en te emanciperen. Ook liberalen staan samen sterker.

De liberale uitgangspunten en principes zijn sterk en hebben verstrekkende gevolgen. Zó verstrekkend dat ze naar mijn mening moeilijk binnen één politieke partij allemaal consequent kunnen worden geïmplementeerd. Deze moeilijkheid lijkt me één van de redenen waarom politieke partijen en politici het soms nodig achten zich klassiek-, links- of rechts-liberaal te noemen. Niet zo bij Liberales, en om op het verschil te wijzen met partijpolitiek spreken we bij Liberales over ‘levensbeschouwelijk’ liberalisme. Maar een consequente implementatie van liberalisme is niet enkel moeilijk voor politici, even moeilijk is het voor een individu om radicaal liberaal te zijn, en toch is dit de weg die we moeten nastreven en opgaan wil het liberalisme nog een plaats hebben in de toekomst. Radicaal liberaal zijn betekent geen deel voor het geheel nemen.

Radicaal liberaal zijn betekent dat je ook oog hebt voor je medemensen en met hen probeert zo goed mogelijk samen te leven. Liberalen onderschrijven de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Liberalen zijn niet amoreel of immoreel maar hebben wel degelijk een moraal, een universele moraal met als basis het tegengaan van pijn en uitzichtloos lijden. Maar liberalen zijn geen moralisten. Als we mensen willen overtuigen van de voordelen van het liberalisme dan doen we dat denk ik beter op basis van de rede en niet met het moraliserende vingertje. Denk aan het gedachtenexperiment van John Rawls, de sluier van onwetendheid, om rechtvaardige regels voor de samenleving te vinden, met rechten én plichten.

Radicaal liberaal zijn betekent ook dat het liberalisme als levensbeschouwing zich verder ontwikkelt en spiegelt aan de wetenschap. Immers, kennis is een basisvoorwaarde voor vrijheid. Denk daarbij ook aan het werk van filosoof-wetenschappers als Karl Popper en Etienne Vermeersch. Radicaal liberalen laten zich er ook niet toe verleiden om te stellen dat grote problemen binnen één legislatuur kunnen worden opgelost. Problemen moeten grondig worden bestudeerd, en op basis daarvan moeten we debatteren en zoeken naar oplossingen. “Opinions are cheap, facts are expensive”, om het met het motto van mijn voorganger Andreas Tirez te zeggen.

Radicaal liberalisme is universeel, emanciperend, en streeft ernaar de morele kring uit te breiden. Het streeft dus naar pacificatie maar mag ook zeker niet vergeten op vele fronten strijdbaar te blijven om een liberale toekomst te verzekeren. De mens kan veel leren uit zijn geschiedenis. In een wereld met groeiende antiliberale machtsblokken betekent dit dat we naast het verspreiden van ons gedachtengoed ook strategisch en militair sterk moeten staan. Het liberale vuur dat we moeten doorgeven is echter niet angstaanjagend, niet vernietigend, maar een vuur dat warmte biedt, een vuur dat inspireert.

Hebben we in het heden al zicht op het liberalisme van de toekomst? Om het scherp te stellen, ik denk niet dat het gros aan de vele ‘verdedigers van de Verlichting’ die zich vandaag opwerpen het beste voorbeeld geven. Zoals gezegd, radicaal liberaal zijn betekent geen deel voor het geheel nemen, radicale liberalen doen niet aan cherry picking. Het liberalisme van de toekomst zie ik in personen als Floris van den Berg en Maarten Boudry die met vuur én op basis van wetenschap en liberale uitgangspunten en principes op de barricaden staan. Ik zie het in vaandeldragers als Wouter Duyck die blijft hameren om de lat in onderwijs hoger te leggen. Ik zie het ook in Alicja Gescinska, een voorbeeld van Uomo universale, van zelfontwikkeling en van een nieuwe lichting radicale liberalen.

Wil het levensbeschouwelijk liberalisme een toekomst hebben dan hebben we nood aan dergelijke figuren die het liberale gedachtengoed als een geheel proberen door te geven. En uiteraard hebben we ook nood aan sterke politici om de politieke vertaling te laten gelden. Maar de basis van een liberale toekomst ligt volgens mij toch vooral in het cultiveren van een brede liberale basis. Laat ons het liberale vuur blijven doorgeven, onze jonge en nieuwe talenten laten bloeien en het liberale gedachtengoed verder ontwikkelen. Laat de liberale stem weerklinken. Veranker het liberalisme in de samenleving!

Welkomstwoord ‘De Liberale Ideologie’

september 12, 2019

Dames en heren, beste vrienden,

Als voorzitter van Liberales heet ik u van harte welkom
Als uittredend voorzitter sta ik met Liberales nog voor drie belangrijke evenementen, en vanavond is er daar een van, en wat voor één.
De voorstelling van een nieuw manifest: ‘De liberale ideologie. Voorbij het links-rechts denken’ van de hand van Dirk Verhofstadt.
In het Nederlandstalig taalgebied is er geen enkele liberale auteur en chroniqueur die op dezelfde hoogte staat als Dirk Verhofstadt. En als er in deze tijden nood is aan een nieuw manifest, aan een nieuwe verheldering, aan een nieuwe alarmkreet, dan ligt dit zeker niet aan de jarenlange, onvermoeibare inspanningen van Dirk Verhofstadt.

Dit boek, beste aanwezigen, komt er omdat Dirk, en vele anderen met hem, het in deze tijden noodzakelijk vindt, om – inderdaad misschien “nog maar eens” – het liberalisme uit de doeken te doen, om de doeken op te lichten die anderen over haar leggen.

Het adjectief ‘liberaal’ wordt immers vaak te onpas gebruikt en velen maken een karikatuur van het liberalisme. Ze halen er de dingen uit die hen goed uitkomen en laten de andere maar even noodzakelijke onderdelen ongebruikt. Publicaties als deze willen duiden dat liberalisme een ondeelbare samenhang is van waarden en principes die de universele ontvoogding, de universele emancipatie, de universele liberalisering van het individu voor ogen heeft, om te komen tot een meer vredevolle, welvarende en duurzame samenleving.

Dames en heren, liberalisme is een ondeelbare samenhang is van waarden en principes, je kan daar niet zo maar iets uit nemen. Zo wordt naar mijn mening tegenwoordig meermaals het recht op vrije meningsuiting geclaimd – ondersteund door verwensingen, krachttermen, drukletters en uitroeptekens – zonder daarbij het doel van dat recht te honoreren. We hebben dat recht omdat mogelijk de mening van één individu – tegengesteld aan dat van de goegemeente- wel eens waar, gefundeerd, coherent zou kunnen zijn, een prefereerbare weg kan aanwijzen. En op de uiting van een mening volgt het best een uitwisseling van gedachten, het debat mag men niet uit de weg gaan en al zeker niet verhinderen.

In de woorden van John Stuart Mill: “The beliefs which we have most warrant for have no safeguard to rest on but a standing invitation to the whole world to prove them unfounded. If the challenge is not accepted, or is accepted and the attempt fails, we are far enough from certainty still; but we have done the best that the existing state of human reason admits of; we have neglected nothing that could give the truth a chance of reaching us.”

Met deze verwijzing naar JS Mill nodig ik u graag uit voor de derde JS Mill lezing die op 3 oktober om 20u in dit huis zal uitgesproken worden door Alicja Gescinska.

Beste vrienden, en liberaal weet ook dat om tot ware liberalisering te komen, kennis nodig is. Kennis biedt ons de mogelijkheid om zelfstandige en weloverwogen keuzes te maken. Zonder waarheid, zonder coherentie, zonder fundering, varen we blind. Wie niet zoekt naar kennis, maar naar màcht, autoriteit, onderwerping van de massa, is geen liberaal. De liberaal heeft de bevrijding van het individu voor ogen en daarom is kennis en onderwijs, één van de focuspunten voor de liberaal.

Ik nodig u dan ook graag uit naar het eerste Nieuw Salon van de Verlichting met als thema onderwijs, met spreker Wouter Duyck, cognitief psycholoog, professor aan de UGent en onderwijsdeskundige dat zal plaats vinden op zaterdagmiddag 5 oktober te Sint-Martens -Latem. De info voor beide evenementen treft u op uw stoel.

Dames en heren, met Liberas en Liberales doen wij ook graag een oproep naar jullie: neem het woord waar liberalisme in een slecht of verkeerd daglicht wordt gesteld, verspreid het liberalisme, in woord en daad. En volg ook ons en onze activiteiten, en vergeet ook niet vrienden en kennissen mee te brengen.

Dames en heren, het liberalisme vaart momenteel tegen de stroom in, en uit diverse hoeken tracht men onze samenleving ofwel naar de uitersten van links of rechts te bewegen. Voor liberalen is er maar één weg, en die gaat vóóruit. En natuurlijk ligt die weg niet voor de hand, er zijn hindernissen. Maar hoe groot ook de hindernissen, liberalen blijven positief en progressief, willen er het beste van maken.

Welkomstwoord 20 jaar regionale werking Constructiv

september 12, 2019

Geachte aanwezigen, goedenavond,

Mijn naam is Claude Nijs, en als voorzitter van het Constructiv Bouwplatform Oost Vlaanderen heet ik u allen welkom. Samen met mijn broer Xavier leid ik het bouwbedrijf P. Nijs uit Deinze, actief in de restauratie van erfgoed en aanverwante met als hoofdactiviteiten dakwerk, metselwerk en schrijnwerk.

Vandaag zetten we Constructiv en 20 jaar regionale verankering in de kijker. Constructiv is een sectorfonds van én voor de bouwsector, een samenwerkings- en solidariteitsfonds met heel wat deeltaken en dienstpaketten voor bouwbedrijven en hun medewerkers. Voor elk van ons betekent Constructiv dan ook wellicht iets anders, en vanavond lichten we wat tipjes van de sluiers die mogelijk liggen over de grote diversiteit van zaken waarin Constructiv voor u een verschil kan maken.

Als voorzitter roep ik u vanavond op om gebruik te maken van ons sectorfonds. Constructiv is er bij gratie van u, en staat voor u paraat en tot uw dienst. Zeker in Oost Vlaanderen is het team van Constructiv samengesteld uit gedreven en enthousiaste medewerkers die u graag adviseren en bijstaan. Zoals gezegd ben ik zelf bedrijfsleider en ook ons bedrijf maakt uiteraard gebruik van de diensten van Constructiv, en dit zowel op het vlak van toeleiding, opleiding als van welzijn. Deze drie pijlers zijn van levensbelang voor het heden en de toekomst van onze sector.

Toeleiding, we hebben mensen nodig, vandaar projecten en initiatieven om mensen naar de bouw toe te leiden. Opleding, we hebben competente en betrouwbare mensen nodig en daarom moeten we inzetten op kennisverwerving en kennisonderhoud op talrijke vlakken. En uiteraard is het welzijn van alle betrokkenen, niet enkel van onze medewerkers, maar ook van de bedrijfsleiders, van levensbelang voor de vitaliteit van onze sector.

Op al deze terreinen staat het team van Constructiv Oost Vlaanderen tot uw dienst. Maar neem zeker ook eens een kijkje op de site constructiv.be, u kan er de talrijke dienstpakketten zien, en dat zijn er meer dan we hier vanavond aan bod kunnen laten komen.

Straks hoort u in de panelgesprekken getuigenissen over wat Constructiv kan bieden aan bedrijven op het vlak van toeleiding, opleiding en welzijn. Maar geef hier graag nog een persoonlijke insteek. Ik herinner me de tijd van voor de gsm, toen nog wat moeite moest gedaan worden om te communiceren tussen de werf en de bureau. Af en toe werden we toen opgeschrikt door een telefoontje van de werf. “Er is hier een controleur op de werf geweest!”, klonk het toen. Meestal kon aan de opmerkingen van die controleur wel voldaan worden tijdens de controle, maar de mannen op de werf lieten toch maar weten dat de relatieve rust op de werf even verstoord werd door een controle. Meestal kon men ook niet duiden wie de controleur in feite was geweest. Wat doet dat er ook toe, controle is controle.

Wel beste mensen, het doet er uiteraard wel toe. Een controle door de FOD WASO of FOD Economie is wat anders dan het bezoek van een adviseur van Constructiv. Constructiv is er om ons te helpen, ons te adviseren. Maar sla hun advies niet in de wind; meer nog, beschouw deze avond niet enkel als een moment waarop u door Constructiv een fijne avond werd aangeboden, maar laat deze avond ook de avond zijn waarbij u door Constructiv even werd wakker geschud. Wacht dan ook niet op een bezoek van een van onze adviseurs maar schakel zonder verwijl Constructiv in bij uw werking.

Zorg dat u in orde bent met de vereisten die de wetgeving ons oplegt. Vergeet ook niet die zaken die niet uw geregelde aandacht krijgen zoals een globaal preventieplan of risico analyse. En het maakt niet uit of u een klein bedrijf bent of met weinig mensen werkt; maak werk van uw personeelsbeleid, zorg voor een goede bedrijscultuur, voor opgeleide, competente en tevreden werknemers, zorg dat uw bedrijf een attractieve uitstraling heeft voor kandidaat klanten én kandidaat medewerkers. Het team van Constructiv Oost Vlaanderen kan en zal u daar graag bij helpen. Maak daarom straks met ons kennis op het netwerkmoment. De medewerkers van Constructiv Oost Vlaanderen zijn hier vanavond aanwezig om al u te adviseren of afspraken te maken.

Informeer u, neem actie, maar geniet ook nog van het vervolg van deze avond.

Ik dank u